auteur: Andrew Norton - bron: IPS - foto: Pixabay

’s Werelds eerste poging om met een zeeverdrag de biodiversiteit in de open zee te beschermen is een feit. Na twee weken van onderhandelen zijn belangrijke eerste stappen gezet, schrijft Andrew Norton, directeur van het Internationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling (IIED).

Na twee weken van gesprekken door onderhandelaars van de Verenigde Naties (VN) afgerond. De inzet is een globaal verdrag om de mariene biodiversiteit in de open zee te beschermen. Het gaat om de internationale wateren voorbij de nationale grens van 200 zeemijl.

Op het eerste gezicht, en gezien het belang en de omvang van de taak, hebben sommigen misschien het gevoel dat er niet veel vooruitgang is geboekt. Maar het is betekenisvol dat, ondanks alle meningen en belangen in de zaal, alle VN-lidstaten die deelnemen om tot een juridisch bindend verdrag te komen over het behoud en gebruik van biodiversiteit buiten de nationale rechtspraak (BBNJ), zich blijven engageren voor het doel.

Doelen duidelijk

Hoewel de lidstaten en het maatschappelijk middenveld hadden verwacht dat de uitkomst van deze gesprekkenronde een ontwerpverdrag zou zijn, was dat niet het geval. Daarom is de bespreking vergelijkbaar met vorige bijeenkomsten van de voorbereidende comités.

Maar toch zijn de hoofdpunten van wat moet worden verwezenlijkt duidelijk: zorgen voor eerlijke toegang tot en het rechtmatig verdelen van de voordelen van de mariene genetische hulpbronnen; tot maatregelen komen rond beschermde mariene gebieden die gunstig zijn voor iedereen; processen uitwerken voor het opstellen van milieueffectbeoordelingen en het overeenkomen van een mechanisme om ontwikkelingslanden toegang te geven tot de noodzakelijke technologische middelen om de baten uit de oceanen te kunnen delen en van hen de actieve beheerders van de wereldzeeën te maken.

Geen van de bestuursmaatregelen die deze zaken behandelen, reiken momenteel verder dan 200 zeemijl van de kust. Er zijn gefragmenteerde regionale initiatieven zoals het Verdrag voor de Bescherming van het Mariene Milieu van de Noordoost-Atlantische Oceaan – het OSPAR-Verdrag – maar niets dat de open zee in zijn geheel beheerst.

Open zee

Sommige landen, waaronder Rusland, IJsland en Japan, vinden dat voldoende. Maar hoewel regionale verdragen belangrijke bestuursmechanismen bieden, is geen enkel verdrag zo volledig dat het alle thema’s op de BBNJ-tafel behandelt, of opgaat voor dat deel van de oceaan dat 50 procent van de planeet beslaat – de open zee.

Er bestaat een reëel risico dat gebrek aan goed bestuur de belangen dient van de rijkere landen die over de middelen beschikken om de biodiversiteit van de verre wateren te exploiteren – en zonder dat het grootste deel van de wereldbevolking mee kan profiteren. Daarom werkt het IIED aan de ondersteuning van de onderhandelaars van de Minst Ontwikkelde Landen (LDCs), de Kleine Eilandstaten (SIDS) en andere ontwikkelingslanden in het BBNJ-proces.

Het beperken van beleid over de open zee tot louter regionale initiatieven zou niets anders betekenen dan een status-quo. We moeten een einde maken aan de versnippering van beleid en werken aan de totstandbrenging van een eerlijk en inclusief mondiaal zeeverdrag. Het gaat over het delen van de helft van de planeet met de volledige wereldbevolking.

Minst ontwikkelde landen

Alle lidstaten zijn erop uit om tot een concepttekst te komen tijdens de volgende BBNJ-bijeenkomst, een tekst die de focus vormt voor de onderhandelingen. Er moet ook meer tijd zijn om kwesties te bespreken zoals de financiering, institutionele regelingen en besluitvormingsprocessen.

Wil de volgende ronde effectiever zijn, zouden we ook graag zien dat de meningen van mensen die rechtstreeks getroffen worden door een overeenkomst over de open zee, centraal staan in de onderhandelingen. Dat betekent dus een aanhoudende en grotere aanwezigheid van de minst ontwikkelde landen, kleine eilandstaten en andere ontwikkelingslanden aan de onderhandelingstafel tijdens de lente van 2019.

Het is nog vroeg dag, dus ondanks enige frustratie over het tempo van de voortgang, is het belangrijk om optimistisch te blijven. IIED zal zich blijvend inzetten om realtime ondersteuning te bieden aan de afgevaardigden van bovengenoemde ontwikkelingslanden. Deze eerste ronde is meer dan een stap in de goede richting. We kijken uit naar de volgende ontmoeting.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here