illustratie: Joris Rogier - bron: IPS

Door de vele politieke schandalen wordt Donald Trump als president vaak vergeleken met zijn voorganger Richard Nixon. Die vergelijking is onterecht voor Nixon, schrijven René Lindstädt, Douglas B. Atkinson, Kevin Fahey en Zach Warner, juristen en politicologen aan de Universiteit van Cardiff. Ze wijzen er op dat de schandalen ook kansen bieden voor hervormingen, net zoals dat bij Nixon het geval was.

Het is nu twee jaar geleden dat Donald Trump verkozen werd tot 45e president van de Verenigde Staten. Tijd om na te gaan: is er tussen de talrijke schandalen en groeiende internationale vervreemding ook iets goed uit zijn presidentschap gekomen?

Zijn medestanders zullen wijzen op de veerkrachtige economie, met name de beurs die het goed doet, en de lage werkloosheid. De Dow Jones klom van net onder 20.000 naar het record van 25.000. Sindsdien zijn ook ongeveer vier miljoen banen gecreëerd en de lonen stijgen.

Trump-aanhangers kunnen ook wijzen op betere betrekkingen met traditionele vijanden zoals China, Rusland en Noord-Korea, wat de nationale veiligheid van de VS ten goede komt.

Maar je moet niet al te oplettend zijn om je ook te realiseren dat die successen ook grote nadelen hebben of niet (enkel) toe te schrijven zijn aan Donald J. Trump.

Eer opstrijken

Neem nu de economie. Ondanks de herhaalde pogingen van Trump om de eer op te strijken voor de economische groei (zo’n veertig keer in amper drie maanden), zijn de oorzaken voor die welvaart complex. Presidenten hebben doorgaans maar een minimale invloed op de economie, niet alleen omdat die enorm en complex is, maar ook omdat ze geen monetair beleid kunnen voeren en afhankelijk zijn van het Congress voor wetgeving en begroting.

Veel presidenten hebben zelf al gewezen op die beperkte rol. George W. Bush deed dat bijvoorbeeld om de verantwoordelijkheid voor de financiële crisis in 2007-2008 van zich af te schuiven. Trump is inmiddels ook goed bekend met deze beperkingen: zijn eerste begroting werd pas in februari goedgekeurd – een volle vijftien maanden na zijn verkiezing.

President Trump heeft veel meer vrijheid in zijn buitenlands beleid. Maar daar zijn de vooruitzichten veel minder rooskleurig dan hij ons wil doen geloven. Recente bewijzen van geheime nucleaire sites in Noord-Korea plaatsen vraagtekens bij zijn pogingen om een “deal” te sluiten met de gesloten staat en zijn leider Kim Jong-un.

Wat wel duidelijk is, is dat die gesprekken tot toegevingen van de VS hebben geleid, onder meer wat betreft de verrassende opschorting van gemeenschappelijke militaire oefeningen tussen de VS en Zuid-Korea. Voor elke brug die Trump heeft gebouwd tussen de VS en zijn tegenstanders, heeft hij er een verbrand tussen de VS en zijn bondgenoten.

Een defect systeem

Maar er is één domein waar het Trump-presidentschap al succesvoller gebleken is dan eender welk ander ambt van president in de geschiedenis: het blootleggen van de zwakheden van het Amerikaanse grondwettelijk systeem.

De sterkte van de Amerikaanse democratie ligt bij haar instellingen, en meer bepaald in de mechanismen die voorzien zijn in de grondwet om de politieke macht te spreiden over de drie machten. Maar die instellingen zijn alleen maar effectief dankzij de normen van terughoudendheid in de politiek. Als politici die normen uit het oog verliezen, werken de instellingen niet goed meer en worden ze een zoveelste partijpolitiek slagveld. Als de normen het begeven, dan zakt het fundament van de Amerikaanse democratie in elkaar.

De zwakte van de Amerikaanse democratie is dus dat haar instellingen afhankelijk zijn van gedeelde normen en terughoudendheid. Zoals James Madison, een van de Founding Fathers en later de vierde president van de VS schreef in 1788: “Een loutere afbakening op perkament… biedt niet voldoende bescherming tegen die aantastingen die leiden tot een tirannieke concentratie van alle regeringsbevoegdheden”. Als een president moedwillig die normen ondermijnt, dan ondermijnt hij ook het Amerikaanse grondwettelijk systeem.

Je hoeft niet ver te zoeken om voorbeelden daarvan te vinden bij de huidige president. Hij ontsloeg de directeur van de FBI om een onderzoek naar zijn eigen verkiezingscampagne te dwarsbomen. Hij heeft herhaaldelijk geaarzeld of nagelaten om extreemrechtse terroristen te veroordelen en geniet veel steun bij die groepen. En hij verkiest vaak de visie van vijandige mogendheden boven de mening van zijn eigen inlichtingengemeenschap. Democratische idealen – over onafhankelijke justitie, vreedzame burgerbewegingen en het afzijdig houden van binnenlandse politiek in het buitenlands beleid – ze vallen stuk voor stuk ten prooi aan de agenda-Trump.

Doofpot

Die afwijkingen van de norm hebben al tot veel vergelijkingen geleid met de 37e Amerikaanse president: Richard Nixon. Tijdens zijn herverkiezingscampagne in 1972 liet Nixon inbreken in het hoofdkantoor van de Democratische Partij in het bedrijvencomplex Watergate, om vervolgens bewijsmateriaal te vernietigen om de samenzwering in de doofpot te stoppen. Nixon trad uiteindelijk af, liever dan een vrijwel zekere impeachmentprocedure te moeten ondergaan.

De gelijkenissen tussen Trump en Nixon zijn makkelijk te vinden: een recente opiniepeiling toont dat de populariteit van Trump vergelijkbaar is met die van Nixon net voor zijn aftreden. Maar wie beter kijkt, ziet dat die vergelijking niet eerlijk is, voor Nixon.

In amper twee jaar tijd is Trump erin geslaagd de erfenis van Nixon te overschaduwen. Zijn afwijkingen van de heersende normen zijn veel bruter en alarmerender dan die van Nixon, net zoals de mogelijke misdrijven tijdens zijn campagne.

Trump haalt zonder twijfel motivatie uit de blijvende Republikeinse steun, een product van de moderne politieke polarisatie. Maar zijn interpretatie van die steun als licentie voor de afbouw van de democratische orde om hier en daar een politiek punt te scoren of een straffe tweet te versturen is verbluffend, zelfs bij Watergate-standaarden. Nixon brak met de normen om zijn presidentschap te redden – Trump breekt ermee omdat hij dat kan.

Sterkte van de instellingen

Het Watergate-schandaal veroorzaakte een grondwettelijke en politieke crisis waarvan de VS zich nog altijd herstellen. Maar het bracht ook diepgaande hervormingen met zich mee die de Amerikaanse instellingen veerkrachtiger maakten. Zo maakte een wet uit 1978 het moeilijker voor presidenten om zich te mengen in het werk van speciale aanklagers en kreeg het Congress meer macht om eigen onderzoekers aan te stellen.

De constitutionele crisis van vandaag lijkt onoverkomelijk. Gezien de sterke verdeeldheid tussen de partijen en de grenzeloze energie van Trump voor de vernietiging van democratische normen, is het onduidelijk of de schandalen van zijn regering tot dezelfde soort corrigerende maatregelen zullen leiden als na Watergate.

Maar door het belang van die normen in het Amerikaanse grondwettelijke systeem bloot te leggen heeft Trump wel een nieuwe kans gecreëerd voor de VS om de democratie te versterken. Met wat geluk zijn de VS in staat om de nodige veiligheidssystemen in te bouwen om een Trump 2.0 te vermijden.

 

Bron: The Conversation

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here