foto: Charlotte Deprez - in beeld: Fie Velghe, coördinator Refu-Interim Kortrijk

Wat begon als een grap tijdens de Gentse Feesten, groeide uit tot een organisatie die al werkzaam is in vier steden. Het ‘interimkantoor’ voor nieuwkomers, Refu Interim, ging in maart van start in Kortrijk, met Fie Velghe als coördinator. We vroegen haar waarvoor de organisatie precies staat, wat de meerwaarde is en hoe het in zijn werk gaat. 

Bij Refu Interim denk je meteen aan een interimkantoor voor vluchtelingen. Maar dat is het niet echt hé? 

Je zou kunnen zeggen dat we een interimkantoor zijn voor vrijwilligerswerk, en niet voor gewoon werk. Al klopt dat ook niet helemaal, aangezien we geen winstgevend bedrijf zijn, maar een sociale organisatie. Ook zijn we er niet enkel voor vluchtelingen, maar voor ‘nieuwkomers’ in het algemeen: iedereen die recent naar België is komen wonen en graag vrijwilligerswerk wil doen.  

Onze naam is dus verwarrend. We hebben die bewaard omdat we ooit zo ontstaan zijn, maar het eerste wat we altijd moeten uitleggen aan de vrijwilligers en aan de organisaties waar we onze vrijwilligers inzetten, is dat we dus geen gewoon ‘klassiek’ interimkantoor zijn.   

Hoe is het idee ontstaan? 

De naam ‘Refu Interim’ is eigenlijk gelanceerd door Cirq vzw, een artistiek collectief uit Gent dat vooral bekend is door haar producties tijdens de Gentse Feesten. In 2016 vond de grote asielcrisis plaats – een woord die we eigenlijk niet zo graag gebruiken. Heel wat mensen kwamen toe in België en vroegen asiel aan. Vanwege het tekort aan opvangplaatsen werden heel wat crisiscentra geopend, waaronder één in de Gentse haven. Cirq heeft toen beslist om haar productie op de Gentse Feesten dat jaar rond het thema ‘vluchtelingen’ te maken en de nieuwkomers daar ook bij te betrekken. ‘Refu Interim’ was toen het fictieve interimkantoor waarmee ze gestunt hebben: alle oude medewerkers buiten en vervangen door asielzoekers en vluchtelingen!  

Het is dus als een soort grap begonnen: in plaats van werkkrachten schakelde men die mensen toen al in als vrijwilliger binnen de gehele productie. Ze hebben die vrijwilligers dan drie maand lang klaargestoomd met workshops. Die tien dagen Gentse Feesten waren een groot succes, zowel voor de nieuwkomers als voor de vrijwilligers die al jaren meedraaien met Cirq. Veel organisaties hebben toen nadien contact opgenomen met Cirq om te vragen of ze ook op hun evenementen wilden meedraaien.  

En van daar is het idee verder gegroeid om daar iets meer mee te doen? 

Inderdaad. Cirq vond het idee te waardevol om er niets verder mee te doen. Ze hebben het een tijd zelf proberen te managen, maar dat is niet hun core business. Een half jaar later is Refu Interim een aparte vzw geworden, maar we zijn nog sterk verbonden met Cirq. We zijn dus eigenlijk ‘per ongeluk’ ontstaan, maar wel omdat we voelden dat daar op dat moment nood aan was.  

Hoe gaat het precies in zijn werk? Hoe kunnen vrijwilligers en organisaties zich aansluiten? 

We zijn lang enkel actief  geweest in Gent. Daar is dat een beetje van zelf gegaan door de aandacht die er toen was. We zijn nu ook van start gegaan in Oostende, Sint-Niklaas en Kortrijk. Hier in Kortrijk zijn we dus echt van nul begonnen door in gesprek te gaan met heel wat culturele partners. Als er een goede ervaring is bij één organisatie, vertelt men daar ook over. Ook de media-aandacht zorgt ervoor dat mensen ons leren kennen. Daardoor beginnen we in Kortrijk ook  vanzelf vragen binnen te krijgen. Organisaties en lokale besturen contacteren ons dus als ze op zoek zijn naar vrijwilligers.  

Wat het ‘vinden’ van vrijwilligers betreft, was dat ook spannend. Er zijn heel wat nieuwkomers in Kortrijk, maar je moet ze weten te vinden, of zij moeten jouw organisatie weten te vinden. Dus in het begin hebben we veel plaatsen bezocht waar nieuwkomers zijn, zoals scholen waar men Nederlands leert en het Agentschap Integratie en Inburgering. We proberen zoveel mogelijk te werken met één groot inschrijvingsmoment omdat we dan ook een soort traject doorlopen en workshops organiseren om de geïnteresseerden klaar te stomen voor het vrijwilligerswerk. In Kortrijk was dat op 27 maart. Daar is toen zo’n 50 man op afgekomen. Blijkbaar was dat wel iets waar mensen op te wachten zaten. Nu krijg ik bijna dagelijks mensen die zich nog willen inschrijven.  

Spreken zij dan al Nederlands of Engels? Of werken jullie met tolken? 

We hebben niet echt regels over het niveau Nederlands van wie zich bij ons kan inschrijven omdat dat net vaak hetgeen is waardoor men op andere plaatsen uitgesloten wordt. De enige beperking die we hebben is dat men 16 jaar moet zijn (dat is wettelijk de leeftijd waarop je vrijwilligerswerk mag doen) en dat je wettig in België bent. We hebben ook niet echt een definitie van ‘nieuwkomers’. Sommigen zijn nog maar een paar maanden of één jaar in België. Maar in Kortrijk is er bijvoorbeeld iemand ingeschreven die er al tien jaar woont, maar nog heel hard op zoek is naar een sociaal netwerk. 

We vragen wel naar het niveau Nederlands omdat het bij sommige vrijwilligersopdrachten gewoon belangrijk is dat men de taal machtig is. We zorgen er ook altijd voor dat er minstens één persoon binnen een groep een soort tolkfunctie kan vervullen. Maar vaak is het vrijwilligerswerk  een manier om Nederlands te oefenen. Ik heb nu heel wat mensen ingeschreven die pas in september kunnen beginnen met Nederlandse les. Zij waren op zoek naar bepaalde oefenkansen en kunnen via het vrijwilligerswerk al een basis leren.  

Maar voor jullie zijn er nooit echt communicatieproblemen? 

Het voordeel van onze werking is dat we nieuwkomers hebben die al van in het begin meedraaien en ondertussen al vloeiend Nederlands spreken. Dus eigenlijk hebben we zelf mensen die kunnen helpen met vertalen. We schakelen hen bijvoorbeeld in bij zo’n groot inschrijvingsmoment. Vaak zijn er ook andere contacttalen, zoals Engels of Frans. Soms is het moeilijk om te communiceren, maar als je vaak met anderstaligen samen bent, leer je dat er altijd wel een manier is om te communiceren 

Waarom kan vrijwilligerswerk nieuwkomers helpen?  

Het ultieme doel is sowieso vast werk. We zien onszelf als een soort tussenstop in dat traject. Bij de inschrijving vragen we ook altijd naar de motivatie. Enerzijds is er het sociale aspect en anderzijds het professionele. Via het vrijwilligerswerk kunnen ze ervaring opdoen. De ene opdracht is al relevanter dan de andere om op je cv te zetten, maar daarom stellen we ook zoveel vragen bij de inschrijving. Er is bijvoorbeeld één vrouw die vrijwillig gaat werken in het laboratorium van het AZ Groeninge in Kortrijk. Zij is laborant van opleiding, maar kan momenteel nog niet vast werken. 

De vrijwilligers komen dus op heel verschillende plaatsen terecht? 

Als wij een vraag krijgen van organisaties, is het vaak voor events en festivals. Dan gaat het vooral om onthaal, catering en opbouw of afbraak. Maar soms is het ook heel specifiek: een cultuurcentrum die bijvoorbeeld vraagt of we geen vrijwilligers met artistieke talenten hebben om een muurschildering te maken. Het is nog altijd het leukste als je mensen op hun talenten kan inzetten. We proberen ook te vertrekken vanuit de vraag van de vrijwilligers en fungeren als een soort tussenpersoon om de eerste contacten te leggen.  

Dus het kan zeker dienen als een springplank naar een vaste job? 

Ja sowieso. Ook het meer algemene werk op festivals bijvoorbeeld kan relevant zijn, onder andere om werkethiek te leren: je moet op tijd zijn, niet constant met je smartphone bezig zijn… Als wij een hele zomer met iemand werken, kunnen wij echt wel met de hand op het hart aan een werkgever zeggen dat het een goede werkkracht is. Wij kunnen dus ook als een referentiepunt dienen. Vorige week werd ik nog opgebeld door een interimkantoor die vroeg wat mijn ervaring was met een van onze vrijwilligers. Nieuwkomers hebben vaak nog geen referenties of werkervaring hier in België.  

Krijgen jullie ook feedback van de vrijwilligers zelf? Hoe ervaren zij het project? 

We proberen zeker ook bij hen te evalueren. Onlangs hadden we een focusgroep met onze ‘anciens’ om te vragen waar we ons meer moeten op focussen en wat echt belangrijk is. Het sociaal netwerk en Nederlands leren kwamen heel sterk naar voor. We proberen er altijd voor te zorgen dat organisaties met ons willen samen werken omdat ze het als een meerwaarde zien en dus ook echt wel willen investeren in de vrijwilligers en in sociaal contact. Onze vrijwilligers staan ook nooit volledig alleen, zodat er ook ontmoetingen zijn met andere vrijwilligers. Soms komen er ook vriendschappen uit. We moeten daar niet utopisch over zijn, maar dat gebeurt zeker wel. Hoe langer een opdracht duurt, hoe groter die kans is omdat men elkaar dan echt kan leren kennen.  

Hoe verloopt het project tot nu toe? Hebben jullie daar zicht op hoeveel mensen jullie al aan vrijwilligerswerk hebben geholpen? 

In maart zijn we in Kortrijk gestart en we hebben al met 26 organisaties samengewerkt en op meer dan 35 evenementen. Momenteel hebben we een 100-tal inschrijvingen in Kortrijk. We merken dat niet iedereen die zich inschrijft tot aan dat vrijwilligerswerk geraakt omdat we soms geen geschikte job vinden, mensen niet in België mogen blijven of omdat die persoon plots vast werk heeft. Ongeveer 60 procent van de ingeschrevenen gaat effectief van start als vrijwilliger.  

Zijn er verder nog toekomstplannen? 

We zijn daar momenteel heel hard mee bezig. We krijgen altijd vragen uit andere steden, maar we zijn een kleine organisatie die nog bijna volledig afhankelijk is van subsidies. We moeten ergens dat evenwicht vinden tussen groot durven denken, maar niet te snel vooruit te gaan. Anders zou het niet meer werkbaar zijn. We hopen ook om ooit structurele erkenning te krijgen, zodat we dan over heel Vlaanderen actief kunnen zijn. Maar we moeten dat de nodige tijd geven.  

Dus jullie opereren vooral via overheidssteun? 

We zijn actief in vier steden, maar daarnaast hebben we een apart project die vanuit twee Rode Kruis asielcentra vertrekt. Dat is met steun van Fedasil, die verantwoordelijk is voor opvang van asielzoekers. Verder dragen de steden waar we actief zijn ook een stuk bij. In West-Vlaanderen krijgen we subsidies van de West-Vlaamse provincie. Ook van de Vlaamse overheid krijgen we steun via cultuur en jeugd. Dat zijn allemaal puzzelstukjes.  

Verder hebben we nauwelijks andere inkomsten. We zijn geen interimkantoor en dus geen winstgevend bedrijf. We vragen een instapkost per jaar per organisatie die onze vrijwilligers inzet, maar dat is een heel kleine bijdrage. We vinden het wel belangrijk dat onze vrijwilligers zoveel mogelijk een vrijwilligersvergoeding krijgen voor hun werk.   

Kan je de inschrijvingsgesprekken vergelijken met een sollicitatiegesprek? 

We zijn er ons van bewust dat heel wat mensen al veel gesprekken hebben gehad en het woord ‘interview’ een negatieve connotatie heeft. Velen onder hen zijn bezig met hun asielprocedure of hebben die net doorlopen. Dus we noemen het een gesprek en proberen het luchtig aan te pakken. We hebben bepaalde basisinformatie wel nodig zoals rijksregisternummer en geboortedatum omdat we die informatie ook doorgeven aan de organisatie waar men aan de slag gaat. Daarna proberen we vooral door te vragen naar hun opleidingen en werkervaringen, maar daarnaast zeker ook naar hun dromen, passies, interesses en skills. Dat ze dingen kunnen doen waar ze gelukkig van worden of waar hun talenten liggen, dat is onze belangrijkste focus. Waar ze gelukkig van worden, dat is onze focus.  

Interview en artikel door Charlotte Deprez

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here