bron en foto: IPS

Als duiker zag Stijn Van Hoestenberghe met eigen ogen welke schade onze visconsumptie heeft op het ecosysteem op de Seychellen. Hij werkte er als bioloog in een viskwekerij en raakte ervan overtuigd dat het anders kan. Dat bewijst hij vandaag in een unieke kwekerij die vegetarisch gevoede vis produceert – zonder waterverbruik of vervuiling.

Op een duurzame manier vis in de winkelrekken krijgen: het is op zijn minst gezegd een uitdaging. De oceanen kreunen onder de intensieve visserij, en kweekvis vormt zelden een duurzaam alternatief. Kwekerijen zijn vaak bijzonder vervuilend en leiden indirect ook weer tot overbevissing vertelt Van Hoestenberghe.

“Aquacultuur is de snelst groeiende agro-industrie ter wereld, maar ook de meest vervuilende. Probleem één is dat die kwekerijen zich in de natuur zelf bevinden: de kooien liggen in zee en de vissen doen er hun gevoeg. Of de kwekerijen nemen vers water en dumpen het vervuilde water. Het resultaat is hetzelfde: de natuurlijke cleanup van het ecosysteem kan die massale vervuiling niet aan, en de schade is enorm.”

Vleesetende vis

“Probleem twee is dat de meeste gekweekte vissoorten, zeker hier in Europa, vleesetende soorten zijn. Hun fish-in-fish-out ratio is groter dan 1: je moet die vissen dus meer voederen dan ze opleveren. Daardoor wordt elk jaar naar schatting 20 miljoen ton vis in het wild gevangen, enkel en alleen om kweekvis te voeden.”

Hoe kwam je in aanraking met die problemen? 

“Ik was afgestudeerd als bioloog en kwam tijdens mijn studies in Zuid-Afrika in aanraking met aquacultuur. Vervolgens heb ik zeven jaar gewerkt in de private sector, waaronder drie jaar in een kwekerij op de Seychellen. Daar zag ik hoe het omliggende koraalrif totaal naar de knoppen ging door de vervuiling van de kwekerij. Toen dacht ik: waar zijn we mee bezig. We hebben het rif helemaal kapotgemaakt, enkel omdat mensen in Europa grote gamba’s willen eten.

“Toen ik de kans kreeg in Leuven een doctoraat rond duurzame visteelt te maken hapte ik dus toe – met als voorwaarde dat ik van nul mocht beginnen met een totaal nieuw concept. Dat zou moeten draaien rond plantaardig gevoerde vissen in een recirculatiesysteem, zodat het water continue gezuiverd wordt.”

Dus geen zalm of pangasius?

“Nee, we begonnen aan een lange, internationale zoektocht naar de juiste vis: een plantenetende soort die zich ook nog eens goed moet voelen in grote aantallen, zich makkelijk laat kweken en niet ziektegevoelig is. Dat bracht ons in Australië bij de omegabaars.”

Vis en tomaat

“Na mijn doctoraat werd ik door de spin-off-cel in Leuven geholpen om financiers te zoeken en het bedrijf hier te beginnen. Aanvankelijk was dat moeilijk: onze moederdieren wilden geen eitjes leggen. De opluchting was groot toen we daar enkele maanden later wel in slaagden. Dat bleek het moeilijkste: vanaf nul honderdduizenden visjes kweken en die vervolgens continu blijven kweken. Je moet immers het hele jaar door kunnen leveren.”

Dat het bedrijf naast een enorme tomatenkwekerij is gebouwd, is geen toeval?

“Glastuinbouw en viskwekerijen vormen een perfecte combinatie. De serres vangen enorm veel neerslag op, en die wordt normaal bewaard om de eigen planten mee te bewateren. Wij ‘lenen’ dat water even om er de vissen in te kweken. Vervolgens zuiveren we het en gaat het terug richting onze buren.

“Ze hebben wel al dat water terug nodig, en we kunnen dus niets laten weglopen. Je kunt dus eigenlijk zeggen dat wij vissen kweken zonder water te gebruiken. En, omdat dat water ook na de filtering nog boordevol opgeloste nutriënten zit, kunnen zij 10 à 20 procent besparen op meststoffen.”

Doorbraak

Halen jullie vergelijkbare volumes als een conventionele viskwekerij?

“Als we op maximale capaciteit draaien, ergens midden volgend jaar, zullen we 250 ton levende vis kunnen produceren. Vergelijk je de opbrengst per oppervlakte, dan scoren wij iets minder dan de conventionele aquacultuur: daar is immers geen oppervlakte nodig voor de filtersystemen. Je moet ons immers zien als een viskwekerij én een waterzuiveringsstation. Maar als je enkel naar viskwekerij kijkt, dan produceren we eigenlijk iets meer, omdat ons water gezuiverd is en meer zuurstof bevat.”

Was er meteen interesse vanuit de markt? 

“Eerlijk gezegd: ja, maar iedereen keek wel de kat uit de boom. De grote doorbraak kwam er voor ons door de samenwerking met supermarkten. Dat was voor ons ook handig, omdat we meteen volumes kunnen verzetten.”

Kortom: kweekvis in een gesloten systeem kan op die manier wel een ecologische vorm van dierlijk eiwit opleveren?

“Ik ben daarvan overtuigd ja. Want vissen hebben ook veel voordelen ten opzichte van zoogdieren: omdat het een koudbloedig dier is, wordt er geen energie verspild aan het opwarmen van het lichaam. Ook niet aan de zwaartekracht overigens doordat de archimedeskracht die neutraliseert.

“Er is ook een ethisch aspect. Voor vissen is de kweek in een gebouw eigenlijk heel logisch: vis zit in het water en weet niet of hij binnen of buiten zit. Dat is heel anders voor zoogdieren die in een stal worden gehouden en wel eens een tekort aan verse lucht kunnen hebben. Bovendien: de omegabaars is een echte scholenvis en wil niets liever dan met veel lotgenoten samen zitten. Als we te weinig dieren in een bassin hebben, zien we dat de vis gestresseerd raakt.”

Toepasbaar in ontwikkelingslanden

Kan deze aanpak overal ter wereld toegepast worden, ook in ontwikkelingslanden?

“In ontwikkelingslanden zou je met een vereenvoudigd systeem kunnen werken, maar het principe is veelbelovend. Vaak is het er warmer, waardoor je geen gebouwen nodig hebt. En het gebruikte water zou zeker interessant kunnen zijn om bijvoorbeeld bananenplantages te irrigeren.”

Duurzame aquacultuur kadert binnen verschillende van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN. Halen we die volgens jou?

“Overbevissing afschaffen tegen 2020 bijvoorbeeld, dat halen we niet. Maar je ziet toch dat er beweging komt in de sector. Ook in Denemarken, Nederland en de VS wordt al aan recirculatiesystemen gewerkt. Binnen tien jaar zou 10 procent van de productie uit recirculatie moeten komen. Dat is ambitieus, maar het is nodig: want de impact van de conventionele kwekerijen is te groot.”

Zelfbehoud van de sector

“Vorige week nog was ik uitgenodigd door een grote denktank, samen met drie van de tien grootste visserijbedrijven in Europa. Daar werd nagedacht over de toekomst van de sector. Daar bleek ook hoeveel onzekerheid er is: wat brengt de klimaatverandering, bijvoorbeeld? Het is duidelijk dat de sector ermee bezig is: als er over zoveel jaar geen vis meer is, staan ze met hun broek op de enkels. Het gaat dus ook om zelfbehoud: als mensen inzetten op duurzaamheid is het omdat ze slim genoeg zijn om aan de toekomst te denken.

“Er zijn veel oplossingen, je moet gewoon vernuftig genoeg zijn om het op poten te zetten. Want we kunnen veel hé, als mensen. Dat is het goede nieuws”

Dit artikel maakt deel uit van de reeks SDG’S: NOG 10 JAAR TE GAAN. Het project in dit verhaal werkt vooral aan SDG12: verantwoorde consumptie en productieSDG14: leven in het water en SDG2: geen honger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here